donderdag 5 oktober 2017

De deur staat open en ze komt binnenlopen…

“Hallo!”…

“Goedemiddag!”…
“Ja, wat kom ik hier eigenlijk doen?”… (korte stilte, waarin ze ons afwachtend aankijkt).
“Misschien kom ik iets vragen, maar ik weet het eigenlijk niet meer. En ik weet ook niet wát?”

“Of misschien kwam ik iets doen… ?” (stilte… )
“Ik weet het niet meer…”

“Het is zo leeg… álles is leeg!”
“Waar zijn m’n vader en m’n moeder eigenlijk?”
“Ze waren er altijd!”
“Nu niet! Nu zijn ze weg! En ik weet niet waarheen!”
“Zijn ze soms dood ofzo?” (Ze praat verder en lijkt eigenlijk geen antwoord te verwachten).

“Ik had ook nog een man… die is ook weg… er vandoor zeker…”

“Jullie weten het ook niet hè?... hoe het precies zit… ”
“Het is zo leeg hier… “ ( met haar arm maakt ze een gebaar in de ruimte).

“Eigenlijk is alles leeg, mijn hele leven…!”
“Ik snap het niet…”

“En tóch ben ik er!”

Op de reactie “En tóch ben je er… je bestaat!” antwoord zij bevestigend.
Haar wordt een hand toegestoken, die ze onmiddellijk vast pakt.

“Ja”, zegt ze, “ik besta, maar tóch is alles leeg”.
“Gelukkig mag ik hier zijn…”
“Jullie kunnen er ook niets aan doen”, zegt ze.
“En jullie hebben ook geen oplossing…”
“Tenminste, dat denk ik niet.”

Ze lijkt even tevreden met het antwoord: “We kunnen wel naar u luisteren…”, om vervolgens te herhalen dat alles leeg is…

Op het antwoord “misschien ook door de Alzheimer?”, zegt ze: “Ik denk ‘t…”

(ze lijkt even peinzend voor zich uit te kijken).

Dan vervolgt ze: “Vroeger was ik een pittige tante hoor! … en altijd bezig!”
“Nu niet meer… nu ben ik een nietsnut!”
“Ik kan niets meer. En ik doe ook niets meer!”
 “Ik zou graag iets willen doen… een baantje ofzo…”

Op de vraag wat ze dan zou willen doen haalt ze haar schouders op…

“Ik weet het niet!” (korte stilte)

“Ik wil graag iets doen… iets nuttigs! Ja, een mens wil toch graag nuttig zijn!”

Er volgt een vragende blik…

Op het antwoord… “Nou er liggen heel veel herfstblaadjes…” (met een blik naar de tuin)antwoord ze gevat:
“Nou, dat is goed hoor! Maar dan kom jij me zeker helpen!”

Vervolgens…
“Nou ik geloof dat ik maar met jou mee ga…” en ze haakt in op de haar toegestoken arm…

Ze lijkt te berusten in het feit dat ook wij geen pasklaar antwoord hebben…

Enkel een luisterend oor…