Lees hier meer over ons beleid rondom het coronavirusLees meer

Actueel

Brenda, dochter van mevrouw De Groot, over wonen bij September in coronatijd

19
Feb
2021
Blog

September Witmarsum is een van de ergst getroffen woonhuizen tijdens de tweede corona-golf. Van oktober t/m december moest het woonhuis noodgedwongen op slot om verdere besmetting te voorkomen. Bewoonster De Groot was nog volop ‘aan het settelen’ bij September. We blikken met haar dochter Brenda Stienstra terug en vragen haar hoe zij deze tijd ervaren heeft.

‘Wat een zegen dat ze nu hier woont!'

Drie maanden voordat Witmarsum haar deuren vanwege corona moest sluiten, verhuisde Brenda’s moeder naar September. Eerst woonde ze thuis, met hulp van thuiszorg, maar ging dwalen nadat haar hondje was overleden. “Mijn moeder en ik waren nog volop aan het wennen aan het idee dat ze niet meer thuis woonde. Maar al vrij snel konden we dus niet meer op bezoek. Juist in die tijd van het jaar, in het voorjaar, wanneer je er lekker samen op uit wil gaan en naar buiten. Dat vond ik lastig. Maar wat overheerste is dat ik er niet aan moest denken dat ze nu nog thuis had gewoond. Dan was ze verward de deur uit gelopen in coronatijd. Ik heb me vaak gelukkig geprezen dat mijn moeder vóór coronatijd is verhuisd naar September, daar woont ze veilig en dat voelt toch als een soort van zegen!”

Het volste vertrouwen in de zorg

Mevrouw De Groot was één van de 16 bewoners die corona kreeg. Toen Brenda hoorde dat haar moeder positief getest was, werd ze meteen gerustgesteld door het team. Via de telefoon en appjes vertelden ze vaak hoe het ging en hoe haar zich voelde. “Dat was prettig. Ik had dan ook direct het volste vertrouwen in de zorg voor mijn moeder. Ik wilde hen ook niet voor de voeten lopen, zoiets van ‘geen nieuws is goed nieuws. De zorg heeft echt de meest liefdevolle zorg die je maar kan geven, gegeven. Met al die persoonlijke beschermingsmiddelen, in al die pakken, deden ze wat ze moesten doen. Zelfs meer dan dat!”

Corona is voor haar moeder een gegeven dat ze soms kwijt is. Wat het precies is en betekent moet Brenda regelmatig opnieuw uitleggen. ‘Dat is toch wat’, zegt ze dan. Brenda: “Ik kan niet merken dat ze door corona extra verward is of zich minder gelukkig voelt. Keer op keer vertelt mijn moeder me dat het voelt alsof ze in een hotel zit en dat ik niet over haar in hoef te zitten”. Brenda stuurde heel veel kaartjes en regelmatig bloemen, waarvoor de zorg haar ook bedankte.

Samen videobellen

Niet alleen de berichten van het team hielden Brenda op de hoogte. Via videobellen zag Brenda haar moeder toch regelmatig. “Al hield mijn moeder dan de telefoon tegen haar hoofd en zag ik alleen haar oor, uit deze telefoontjes kon ik wel opmerken dat ze het goed had en helemaal op haar plek zit.” Eén moment kan Brenda zich nog goed herinneren, tijdens één van de videogesprekken: “Een medewerker, in zijn dubbele beschermingspak en masker, en mijn moeder moesten allebei hard lachen toen mijn moeder zelf ook een mondkapje opdeed. Dat zij in deze situatie zoveel plezier konden maken én dat mijn moeder haar humor nog had, maakte het voor mij makkelijker om los te laten.”

‘Gezelligheid met elkaar, dat mis ik het meest’

Inmiddels is het woonhuis coronavrij, maar terug naar hoe het was; zover is het nog lang niet. Brenda is uiterst voorzichtig om eventueel weer op bezoek te gaan, vanwege haar werk in het onderwijs. Ze wil absoluut geen risico’s lopen en mensen in gevaar brengen. Brenda mist vooral dat haar moeder even bij haar thuis op bezoek kan komen of om samen eropuit te gaan. Ook de gezelligheid met elkaar in het huis mist ze. Brenda: “De huiskamer was heel fijn, bijvoorbeeld tijdens de zangmomenten of spelletjes; die ontmoetingen met elkaar, mis ik het meest. De bewoners die zijn overleden, die zullen we blijven missen in de huiskamer.”

Terug naar overzicht

Zoek op trefwoord...